Daling aantal kinderen kinderopvang zet door

De daling van het aantal kinderen dat naar een kinderdagverblijf gaat, zet door. Voor het tweede jaar op rij gaan er minder kinderen naar de kinderopvang. Op 31 december 2011 gingen 322.000 kinderen in Nederland naar de kindervang. Op 31 december 2013 waren dat er nog maar 284.000. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In twee jaar tijd zijn dat 38.000 kinderen. In 2011 ging 44 procent van de kinderen onder de vier jaar naar een kinderdagverblijf. In 2013 was dat naar 39 procent gedaald. Het CBS schrijft de daling toe aan de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt en het dalen van de kinderopvangtoeslag. Daardoor betalen ouders meer voor de kinderopvang dan een aantal jaar geleden. De kinderen blijven bij de ouders thuis of ouders zoeken goedkopere alternatieven, zoals gastouderopvang en opvang door familie (grootouders of (schoon)zussen). In 2008 kregen ouders gemiddeld 81 procent van de kinderopvangkosten vergoed. In 2013 was dat gedaald tot 63 procent (zie onderstaande tabel).

Afname na jaren van groei

In de onderstaande cijfers van het CBS is de ontwikkeling van 2008 tot en met 2011 van het aantal kinderen in de kinderdagopvang weergegeven. De afname na 2011 is voor een deel te verklaren doordat de afgelopen jaren minder kinderen zijn geboren. Maar ook is het aandeel jonge kinderen dat gebruik maakt van de kinderdagopvang geslonken: van 44 procent in 2011 tot 39 procent in 2013. Ouders kiezen voor alternatieven, zoals de gastouderopvang dat kwalitatief sterk verbeterd is en goedkoper of opvang door familie.

groei 1

Crisisjaren en daling kinderdagverblijven

Daarnaast zijn er ook minder kinderen de afgelopen jaren geboren. Het is niet ongebruikelijk dat in crisisjaren het aantal geboortes stapsgewijs afneemt. Volgens het CBS is dit ook grofweg de helft van de afname van de minder aantal kinderen in de kinderopvang. Een ander deel van de ouders koos voor gastoudersopvang, waarin zij in de kleinschaligheid grote voordelen zien. Ook het kwaliteitsniveau is vanuit de overheid gestuurd. Aan de jarenlange stijging van het aantal kinderdagverblijven kwam sinds 2013 een einde. Eind 2013 waren er weer vijftig minder vestigingen dan eind 2012. Cijfers over de stijging van het gastouderopvang in 2012 en 2013 zijn nog niet bij het CBS bekend (zie onderstaande tabel). Het aantal vestigingen van kinderdagverblijven liep in 2013 voor het eerst terug, met ruim 50. Van 2009 tot en met 2012 kwamen er nog 2.400 bij. In totaal waren er vorig jaar 6.200 vestigingen. Gemiddeld konden ouders binnen een afstand van 3 kilometer vanaf hun huisadres kiezen uit 15 kinderdagverblijven of gastouders. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde vestiging bedroeg ongeveer 900 meter.

Aantal vestigingen en gemiddelde afstand tot het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf

groei 2

Betaalbaar

“De kinderopvang moet goed kijken naar kwaliteit en de prijs, maar de overheid moet ook helpen de kinderopvang betaalbaar te houden", aldus G. Jellesma, voorzitter van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Volgens de voorzitter wordt er te veel gepraat over alternatieven die geen echt alternatief zijn voor de kinderopvang. "Een goede kinderopvang levert de overheid en de kinderen uiteindelijk meer op. Een goede opvoeding begint bij de opvang en betekent betere kansen voor later." Gastouderbureau Take Care geeft aan dat voor veel ouders is het lastig om te bepalen welke vorm van kinderopvang de beste is. Wat de beste vorm van kinderopvang is, zal per kind verschillen. Ook zal het verschillen wat ouders belangrijk vinden bij het opvoeden van hun kind(eren). Wel is het wetenschappelijk bewezen dat gastouderopvang voor jonge kinderen de beste vorm van kinderopvang is. Daarbij kunnen ouders in het geval van gastouderopvang kiezen of zij de kind(eren) thuis wil laten opvangen of dat zij dat bij de gastouder laat doen. Wel ziet Jellesma een positief punt door alle veranderingen rondom de kinderopvang. "Er is meer flexibiliteit gekomen bij de kinderopvang. Ouders kunnen meer maatwerk verwachten", stelt de voorzitter. Gastouderbureau Take Care geeft aan dat gastouderopvang veel kleinschaliger en flexibeler is en daarom krijgen kinderen daar meer persoonlijke aandacht. De deskundige en gekwalificeerde gastouder vangt het kind op in een huiselijke sfeer, dat de GGD heeft goedgekeurd. De gastouder is gebonden aan diverse regelgeving en periodieke controle van het gastouderbureau, hetgeen de kwaliteit ten goede komt. Ook een deskundigheidsprogramma en pedagogisch plan zijn onderdelen van de kwaliteit die regelmatig door het gastouderbureau getoetst worden. Gastouderbureau Take Care geeft aan dat steeds meer ouders een gekwalificeerde gastouder met een goede accommodatie als alternatief kiezen voor een kinderdagopvang. Ook de fors lagere kosten spelen hierbij een rol.

Hogere financiële bijdrage ouders

De afgelopen jaren zijn de regels omtrent de kinderopvangtoeslag, zowel voor kinderdagverblijven als gastouderopvang veranderd. Zo werd het aantal te declareren opvanguren ingeperkt en kwam een groter deel van de kosten voor rekening van de ouders. In 2008 kregen ontvangers van kinderopvangtoeslag gemiddeld 81 procent van de opvangkosten via deze toeslag vergoed. In 2013 was dit nog maar 63 procent. Het aandeel van de ouders in de kosten is daarmee bijna verdubbeld. Behalve de toegenomen kosten zal ook de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt een rol hebben gespeeld bij de daling van het aandeel kinderen in de kinderdagopvang.

groei 3

Opvangkosten

De hoogte van de toeslag die ouders ontvangen, hangt af van de opvangkosten en hun inkomen in dat jaar. Bij de opvangkosten gaat het om de kosten voor zover deze het maximaal gecompenseerde uurtarief niet te boven gaan. Eventueel hogere kosten moeten door de ouder(s) zelf gedragen worden en vallen buiten de hier gepresenteerde uitkomsten. Vanaf 2012 is het aantal uren waarvoor kinderopvangtoeslag wordt uitgekeerd bovendien afhankelijk van het aantal werkzame uren van de minst werkende ouder. Daarnaast is vanaf 2012 een maximum gesteld aan het totaal aantal te declareren opvanguren per kind, namelijk 230 uur per maand voor alle opvangsoorten samen. De Wet kinderopvang gaat uit van financiering van formele kinderopvang door ouders, werkgevers en de overheid. Zowel de werkgeversbijdrage als de overheidsbijdrage wordt vanaf 2007 door de Belastingdienst via de kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Voorwaarde hierbij is dat zowel de aanvrager als de eventuele toeslagpartner allebei werken, een opleiding volgen of aan een inburgerings- of re-integratie traject meedoen. Ouders die zo’n traject volgen ontvingen tot 2013 het ontbrekende werkgeversdeel van de gemeente of het UWV. Vanaf 2013 wordt ook dit deel door de Belastingdienst via de kinderopvangtoeslag uitgekeerd. De ouderbijdrage is in de afgelopen jaren verhoogd. Ouders met een gezamenlijk verzamelinkomen vanaf € 118.189 en met één kind in de opvang ontvingen in 2013 zelfs helemaal geen toeslag. De gegevens over de uitgekeerde toeslagen zijn afkomstig van de Belastingdienst en zijn bijgewerkt tot en met januari 2014. Voor de verslagjaren tot en met 2010 waren op dat moment bijna alle toeslagen definitief vastgesteld. Voor de jaren 2011 en 2012 was dat voor 85 respectievelijk 61 procent van de toeslagen het geval. De gegevens over 2013 zijn uitsluitend gebaseerd op voorlopig toegekende toeslagen. De hoogte van de toeslag die ouders ontvangen hangt af van de opvangkosten en hun inkomen in dat jaar. De Belastingdienst kan uitgekeerde toeslagen in latere jaren nog bijstellen bijvoorbeeld vanwege de definitieve vaststelling van het inkomen. Hiervoor is gecorrigeerd.